Opinie
Stoppen met sturen op schijnzekerheid

Stoppen met sturen op schijnzekerheid

Waarom gemeenten anders moeten kijken naar resultaten

Binnen veel gemeenten zijn we sterk gericht op het formuleren van precieze, SMART geformuleerde outputindicatoren. Aantallen, termijnen en KPI’s geven een gevoel van grip en controle. Dat is begrijpelijk. Besturen in een complexe samenleving is immers geen eenvoudige opgave. Maar die ogenschijnlijke zekerheid heeft een prijs.

Te vaak sturen we daarmee vooral op inspanning: iedereen moet aantoonbaar hard zijn best doen. Wat het beleid daadwerkelijk teweegbrengt in het leven van mensen raakt op de achtergrond. Een groen dashboard zegt dan vooral iets over ons systeem, niet over de maatschappelijke impact.

Doelen zijn nodig, maar niet genoeg

Het benoemen van doelen is essentieel. Goede doelen geven richting, focus en maken vooraf duidelijk wanneer we achteraf tevreden zijn en hoe we dat willen beoordelen. Het probleem ontstaat wanneer we een complexe werkelijkheid proberen te reduceren tot een paar meetbare outputs. Dan versmalt ons blikveld en verliezen we het effect uit het oog dat we eigenlijk nastreven.

Een beleid is niet succesvol omdat er veel trajecten zijn gestart of plannen zijn uitgevoerd, maar omdat het iets verandert voor mensen. Meer bestaanszekerheid. Meer gezondheid. Meer perspectief. Juist die vragen zijn lastig te vangen in simpele indicatoren. En juist daarom zijn ze zo belangrijk.

Tijd voor outcome‑sturing

Wie echt wil sturen op maatschappelijke effecten, moet investeren in outcome‑sturing. Dat vraagt visie van bestuurders: een helder beeld van de gewenste verandering, zonder te doen alsof die volledig maakbaar is. Het vraagt lef van ambtenaren om ruimte te nemen voor professionele afwegingen en om onzekerheid niet weg te organiseren, maar serieus te nemen.

En het vraagt vakmanschap. Outcome‑gericht werken is geen vrijblijvend alternatief voor ‘hard meten’. Het vergt doordachte aannames, goede beleidslogica en slimme manieren om effecten in beeld te brengen. Met cijfers, verhalen en ervaringen naast elkaar. Niet om sluitende causaliteit te beloven, maar om systematisch te leren wat wel en niet werkt, voor wie en waarom.

Het kan wél

Gelukkig zie ik steeds meer gemeenten waar dit in de praktijk gebeurt. Waar bestuurders, beleidsmakers, onderzoekers en uitvoerders samen optrekken. Waar niet alleen successen, maar ook twijfels en mislukkingen bespreekbaar zijn. En waar inwoners niet het object van beleid zijn, maar mede‑duiders van resultaat.

Daar ontstaat beleid dat verder gaat dan schijnzekerheid. Beleid dat recht doet aan de complexiteit van de samenleving en aan de ambitie van de gemeentelijke overheid om daadwerkelijk verschil te maken.